Nieuwe Richtlijnen ESC Hartfalen, Florence 2016

Uitgegeven: 21-05-2016

Prof.dr. Y.M. Pinto
Hartfalenspecialist
AMC, Amsterdam


En daar is ie dan. De nieuwe guideline hartfalen. Vanochtend om 11:00 gezamenlijk gepresenteerd door een aantal van de auteurs waaronder onze eigen prof. Adriaan Voors die als co-chair een belangrijke rol speelde. Voor een nokvolle zaal in zonnig Florence liet hij samen met zijn collegae de belangrijkste vernieuwingen in deze revisie de revue passeren. Even een paar highlights voor U:

  • Een nieuwe categorie hartfalen. Na HFrEF, (systolisch hartfalen) met als tegenhanger HFpEF, (‘diastolisch hartfalen’) is er nu HFmrEF.  HFmrEF is de patient met een EF in het grijze gebied, tussen 40% en 49%. Prof. Voors bracht deze nieuwe categorie met de gepaste nuancering dat er ongetwijfeld nogal wat opmerkingen zullen volgen over deze categorie. Tussen de regels door viel te beluisteren dat er nogal wat water door de Arno is gevloeid voordat de auteurs op deze manier uit de netelige HFrEF versus HFpEF discussie zijn gekomen.
  • De rol van natriuretische peptiden. In de nieuwe rechtlijn is meting van een natriuretisch peptide (BNP of NTproBNP) inmiddels een eerste stap geworden om eventueel onderliggend hartfalen uit te sluiten. In de huidige guideline wordt het overslaan van NP meting alleen aangegeven indien dat niet routematig voor handen is, terwijl de vorige guideline het andersom formuleerde: bij moeilijk toegang tot echocardiografie was NP meting een alternatief. NP metingen zijn daarmee toch inmiddels de hoeksteen van de diagnostiek van hartfalen.
  • Medicamenteuze behandeling: Er is in deze nieuwe guideline een rol weggelegd voor LCZ. Het is nu geformuleerd als een mogelijke vervanging van de ACE remmer wanneer de ACE remmer wel goed wordt verdragen maar patient symptomatisch blijft en een verhoogd NP houdt.
  • De aanbevelingen met betrekking tot behandeling met ICD en CRT-D zijn ook op verschillende punten aangepast Meest opvallende veranderingen ten opzichte van de vorige richtlijn is dat er nu expliciet wordt gesteld dat er een algemeen geldende contra-indicatie is voor CRT bij een QRS breedte < 130ms. Ten tweede wordt er nu meer nadruk gelegd op de patienten waar de meeste winst te verwachten valt (QRS>150ms)  en wordt expliciet gemaakt dat bij een algemene indictaie om te pacen, er in plaats van een RV draad voor CRT gekozen moet worden.
  • Opvallende zaken: Bij patienten met ventricualire arrhythmieen wordt nu ook LCZ genoemd als ‘IA-optie’ naast betablokkers en MRA’s.
  • Last but not least: bendopnea. We horen het elke dag in de spreekkamer (‘ ik word benauwd als ik mijn veters strik’) maar is recent ook systematisch bestudeerd en nu reeds opgenomen als symptoom van hartfalen.  Ik voorspel in de volgende guideline de eerste vermelding van ‘postprandiopnea’. 

« Vorige pagina