Gen voor hartspierziekten te herleiden tot gemeenschappelijke Friese voorouder

Uitgegeven: 26-11-2012

Prof.Dr. A.A.M.  WildeProf.Dr. A.A.M. Wilde
Cardioloog
Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
Dr. J.P. van TintelenDr. J.P. van Tintelen
klinisch geneticus
Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen
Prof.Dr. D.J. van VeldhuisenProf.Dr. D.J. van Veldhuisen
Cardioloog
Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen
Plotse dood op jonge leeftijd is de meest dramatische uitkomst van een hartspierziekte. Bij een deel van de patiŽnten met een hartspierziekte kan een erfelijke aanleg in het DNA worden aangetoond. Recent onderzoek in meer dan 100 families met de hartspierziekten aritmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC) en dilaterende cardiomyopathie (DCM) uit het AMC, UMCG en UMCU toonde bij hen een identieke mutatie in het PLN gen aan. De oorspong van deze erfelijke aanleg hebben de onderzoekers kunnen herleiden tot een voorouder die zes tot acht eeuwen geleden in het oosten van Friesland leefde. De bevindingen zijn gepubliceerd in het European Journal of Heart Failure.

Ľ Link naar het betreffende artikel (PDF)
Ľ Cardiogenetica


Hartspierziekten

In families met de hartspierziekten ARVC en DCM werd een afwijking (mutatie) gevonden in het PLN gen dat een belangrijke rol speelt in de calciumhuishouding in hartspiercellen. De klinische variabiliteit bij mutatiedragers is groot. De mutatie kan leiden tot verschillende typen cardiomyopathieŽn in verschillende families, maar ook tot verschillende typen cardiomyopathieŽn bij personen uit ťťn familie. Sommige patiŽnten hebben ernstig hartfalen, terwijl anderen vooral ventriculaire aritmieŽn (bij een meer RV fenotype) hebben, waarbij plotse hartdood frequent gezien wordt in de families. Ook zijn er dragers van de mutatie die geen hartklachten hebben tot op oudere leeftijd.

Noord-Nederland

In Nederland wordt bij 10-15% van de patiŽnten met ARVC en DCM de betreffende mutatie gevonden. Het is daarmee de meest vookomende genafwijking die bij deze hartspierziekten gevonden wordt. Ook bij andere typen cardiomyopathie, zoals hypertrofische cardiomyopathie en non-compactie cardiomyopathie is deze mutatie gevonden, maar veel minder frequent. De mutatie komt vooral in de noordelijke provincies en Noord-Holland veel voor en het betreft een zogeheten foundermutatie die zijn oorsprong heeft bij een gemeenschappelijke voorouder. Via stamboomonderzoek en haplotypering in de families is gevonden dat deze gemeenschappelijke voorouder zes tot acht eeuwen geleden in het oosten van Friesland geleefd moet hebben.

Behandeling

De ontdekking van de betrokkenheid van dit gen bij ARVC en DCM maakt dat meer families met deze erfelijke aandoeningen opgespoord kunnen worden. Als de mutatie bij iemand is vastgesteld, krijgt deze persoon een brief mee om familieleden te informeren. Zij kunnen dan zelf beslissen of ze zich willen laten onderzoeken op aanwezigheid van de mutatie. Dragers van de mutatie worden regelmatig gecontroleerd en in een vroeg stadium behandeld om plotse dood en hartfalen te voorkomen.†

« Vorige pagina