Accreditatie-vragen

Let op: u kunt de vragen slechts eenmalig beantwoorden.

Voor het beantwoorden van de toetsvragen van de andere delen selecteert u deze pagina.

Klik hier om uw resultaten te bekijken.

VasculairMotief 11

1. Bij een geschat risico op hart- en vaatziekte en sterfte van meer dan 10 % in 10 jaar (kleur geel in de SCORE tabel) en een bloeddruk bij herhaling van 160 – 180 mmHg systolisch adviseert de standaard cardiovasculair risico management ‘overweeg medicamenteuze behandeling”. Bij welke van onderstaande bevindingen dient uw overweging te resulteren in daadwerkelijke behandeling? Geef juiste antwoord(en) aan.

A) BMI = 27
B) Microalbuminurie 25 mg/24 uur
C) Electrocardiografisch linkerkamerhypertrofie
D) Moeder met CVA op 68 jarige leeftijd

2. Een klachtenvrije man van 48 jaar met een bloeddruk van 160/95 mmHg en een niet verhoogd cholesterolgehalte heeft een risico op cardiovasculaire sterfte in de komende 10 jaar van circa 2 %. Op zijn 65 ste jaar is het risico, gesteld dat hij dezelfde bloeddruk houdt, opgelopen tot 11% (sterfte en ziekte samen circa 20%). Hoeveel zou het risico op CV sterfte zijn als hij van zijn 48 ste jaar een bloeddruk van 135 mmHg systolisch zou hebben gehouden? Welk van onderstaande getallen is juist?

A) 4%
B) 6%
C) 8%
D) 10%

3. Het risico door verhoogde bloeddruk wordt in de huidige standaard uitsluitend afgemeten aan de systolische bloeddruk. Er zijn echter argumenten om ook de hoogte van de diastolische bloeddruk te beoordelen. Welk van onderstaand(e) antwoord(en) is juist?

A) De diastolische druk is beter te meten
B) Het verschil tussen systolische en diastolische bloeddruk, de polsdruk, geeft nuttige informatie over de stijfheid van de grote vaten
C) Electronische meetapparaten geven zowel de systolische als de diastolische bloeddruk
D) Tenminste 10% van jongere patiënten met hypertensie presenteert zich met geisoleerde diastolische hypertensie

4. Personen met een hoog-normale bloeddruk (130-140/85-90 mmHg) hebben een verhoogde kans om op termijn permanent hypertensief te worden (> 140 mmHg). Men kan dus aanvoeren dat kennis van de bloeddruk bij iedereen nuttig is, om individueel te besluiten tot bijvoorbeeld jaarlijkse controlemetingen. Hoe groot is die kans globaal na 4 jaar?

A) 10%
B) 20%
C) 30%
D) 50%